Roos heeft een achtergrond in genderstudies en startte praatgroepen voor non-monogamisten, waar ze de behoefte aan professionele begeleiding zag. Aanvankelijk was ze sceptisch over Emotionally Focused Therapy (EFT) vanwege de focus op monogame relaties, maar ze ontdekte dat de methode toepasbaar is op diverse relatievormen. Inmiddels past ze EFT met veel enthousiasme toe binnen non-monogame relaties en is zij aangesloten bij de Groot Hart Groep, een expertisevereniging voor openrelatiezorg.
Deconstructie van normen en verwachtingen
Roos staat als therapeut bekend om haar open blik. “Ik heb weinig vaste ideeën over hoe een relatie hoort te zijn,” vertelt ze. “Veel mensen hebben onbewust vaststaande normen over relaties, bijvoorbeeld dat monogamie de enige juiste vorm is of dat exclusiviteit een voorwaarde is voor veiligheid. In mijn praktijk help ik cliënten die normen voorzichtig af te pellen en te onderzoeken wat werkelijk bij hen past.”
Veel van haar cliënten worstelen met het loslaten van traditionele relatiebeelden. “Sommige mensen voelen direct in hun hele systeem dat het standaard plaatje niet bij hen past,” zegt Roos. “Ze willen iets anders, maar ervaren in hun omgeving weerstand. Dat proces kan eenzaam zijn, vooral in meer conservatieve sociale kringen.”
De uitdagingen binnen non-monogame relaties
In haar praktijk ziet Roos een breed scala aan vragen en uitdagingen. “Een veelvoorkomend thema is dat één partner een open relatie wil en de ander niet. Of dat een partner een nieuwe relatie is aangegaan, en dat deze onverwachts veel impact heeft. Dat is geen klassieke vertrouwensbreuk zoals bij vreemdgaan, maar het roept vaak wel grote gevoelens op.”
Soms gaat het om het verwerken van gebeurtenissen. “Een stel kan vol goede moed besluiten hun relatie te openen, maar dan gebeurt er iets – een intense nieuwe connectie, een miscommunicatie of een onverwacht gevoel van onzekerheid – en dat blijkt moeilijker dan verwacht. Mensen zoeken dan hulp om samen te begrijpen wat er is gebeurd en hoe ze verder kunnen.”
Sommige cliënten ervaren geen problemen, maar lopen tegen maatschappelijke normen aan. “Zij willen niet dat hun relatievorm wordt geproblematiseerd. Ze zoeken juist begeleiding om hun verbinding te verdiepen, los van een standaard monogame lens. Om niet te problematiseren, spreek ik ook liever van begeleiding in plaats van therapie.”
Hoe EFT helpt in non-monogame dynamieken
EFT is bij uitstek geschikt voor deze situaties, omdat het zich richt op hechtingsdynamieken en het creëren van emotionele veiligheid binnen relaties. “Binnen monogame relaties zie je soms uitspraken of verlangens langskomen die raken aan een vorm van exclusiviteit, zoals ‘ik wil jouw enige zijn’. Maar binnen non-monogamie is dit niet per se passend of realistisch,” legt Roos uit. “Wat wél werkt, is het versterken van het onderlinge vertrouwen: ‘Kan ik erop vertrouwen dat jij me meeneemt in jouw proces? Dat je me vertelt als er iets verandert? Dat ik ertoe doe? Dat je me meeweegt in je beslissingen?’”
Volgens Roos ligt de kracht van EFT bij non-monogame relaties in drie aspecten:
Ten eerste het vergroten van compassie en begrip: “Door EFT gaan mensen hun eigen gevoelens én die van hun partners beter begrijpen. Een partner van je partner – oftewel een ‘metamour’ – kan bijvoorbeeld eerst als een bedreiging voelen, maar met EFT leren mensen elkaars positie te zien en met compassie te benaderen.”
Ten tweede het opbouwen van vertrouwen buiten monogame structuren: “Monogamie geeft vaak een schijnveiligheid: het idee dat exclusiviteit betekent dat je elkaar niet zult verlaten. In non-monogamie moet vertrouwen intrinsiek worden opgebouwd. EFT biedt handvatten om die veiligheid en verbinding te versterken, zonder dat het afhangt van exclusiviteit.”
Ten derde het leren navigeren door complexe emoties: “Jaloezie, angst om niet genoeg te zijn, de behoefte aan erkenning… Dit zijn gevoelens die in alle relaties voorkomen, maar in non-monogamie soms uitvergroot worden. EFT helpt om deze emoties niet als dreiging te zien, maar als iets dat hanteerbaar is binnen de relatie.”
Extra aandacht voor het verdiepen van emotionele verbinding
Op de vraag hoe Roos haar sessies aanpakt, verwijst ze naar de drie fasen waarin relaties binnen EFT worden opgebouwd: het de-escaleren van negatieve patronen (fase 1), het versterken van emotionele verbinding (fase 2), en het consolideren van nieuwe interacties (fase 3). “Non-monogame partners bouwen vertrouwen niet op via exclusiviteit, maar via transparantie en emotionele beschikbaarheid. Daarom vraagt fase 2 in EFT extra aandacht: partners werken intensiever aan het uitspreken van hechtingsbehoeften, het erkennen van onzekerheden en het opbouwen van een stabiel fundament.”
De veranderende kijk op EFT en non-monogamie
Historisch gezien werd EFT niet direct toegepast op non-monogame relaties. “Vroeger werd binnen EFT sterk de nadruk gelegd op de exclusieve dyade – een tweetal. Alles buiten die relatie moest eerst worden stopgezet om verder te kunnen werken aan herstel en hechting. Maar inmiddels is dat beeld gekanteld,” vertelt Roos.
“Non-monogamie moet als gegeven worden beschouwd en niet als een probleem op zich. Sommige therapeuten benaderen non-monogame relaties met de impliciete vraag ‘Werkt dit wel voor jullie?’, waardoor cliënten zich gedwongen voelen om hun relatievorm te verdedigen. Dit kan het therapieproces bemoeilijken en ertoe leiden dat cliënten zich niet veilig voelen om hun werkelijke emoties en hechtingsbehoeften te bespreken.”
Volgens Roos is het essentieel dat therapeuten niet de relatievorm ter discussie stellen, maar zich richten op de onderliggende dynamieken, hechtingsbehoeften en communicatiepatronen, net zoals bij monogame koppels. “De kern van EFT blijft hetzelfde: hoe blijven we verbonden, hoe voelen we ons veilig, hoe communiceren we onze hechtingsvragen? Dat werkt net zo goed binnen non-monogamie.”
Een verschuiving in denken
Roos merkt dat haar cliënten niet alleen aan hun relatie werken, maar ook aan een bredere paradigmaverschuiving. “Veel mensen in non-monogame relaties zijn tegelijkertijd een maatschappelijke structuur aan het afbreken én hun relatie aan het vormgeven. Dat zijn twee intensieve processen om tegelijk te doen. EFT helpt om die overgang soepeler te laten verlopen.”
Haar advies aan therapeuten die meer willen werken met non-monogame cliënten? “Onderzoek je eigen aannames over relaties. Vraag jezelf af: wat vind ik een goede relatie, en waarom? Moet een relatie voor altijd duren? Moet die exclusief zijn? Moet samenwonen een doel zijn? Wanneer je dat met mildheid onderzoekt, kun je veel beter aansluiten bij cliënten die buiten de norm denken.”
Ook voor cliënten heeft ze een heldere boodschap: “Vertrouw niet op een relatievorm voor veiligheid, maar op de verbinding die je samen opbouwt. In welke vorm dan ook.”